De verzenders van spam beroepen zich onder andere op hun vrijheid van meningsuiting. Voor ‘nette’, zich aan de wet houdende Direct Marketing organisaties gaat dit argument mogelijk op, te meer daar het maken van reclame onder de bescherming van artikel 10 EVRM valt. Voor de archetypische spammer die zijn identiteit verhult door de email van valse adresinformatie te voorzien is een beroep van artikel 10 EVRM minder vanzelfsprekend. Een ander argument in het voordeel van de verzenders is dat de huidige maatschappij eenvoudig niet zonder reclame kan en spam een van de vormen van reclame bedrijven is. Het publiek wil in beginsel ook op de hoogte zijn en blijven van aanbiedingen en andere promotionele activiteiten. Zowel voor het macroeconomische belang van de stimulering van de economie als het microeconomische belang van de individuele onderneming zal een ‘prijs’ betaald moeten worden.
Ontvangers en vervoerders (ISP’s) brengen vanuit hun belangen bezwaren in tegen spam. Cost-shifting is een voor beide partijen opgaand argument. Het wordt niet redelijk gevonden dat de ontvanger voor het bekijken en downloaden van spam moet betalen, respectievelijk de ISP’s voor het transport en de (tijdelijke) opslag, terwijl de verzender in verhouding zijn promotionele activiteiten vrijwel kosteloos kan bedrijven. Voor de ontvanger wordt verder de niet gevraagde inmenging in de persoonlijke levenssfeer als bezwaarlijk gezien. Dit is indirect ook een bezwaar van de ISP’s, die door een abonnee die spam ontvangt worden aangesproken of die zien dat abonnees om die reden hun abonnement beëindigen.
Welke technische en regelgevende maatregelen kunnen worden toegepast opdat het verschijnsel spam beantwoordt aan een redelijke afweging van de legitieme belangen van de bij spam betrokken partijen, en naar welke oplossing(en) dient vervolgens de voorkeur uit te gaan?
In hoofdstuk 2 zijn de karakteristieken van spam behandeld en ook enkele aan het verschijnsel verwante vormen van ongevraagde communicatie. In hoofdstuk 3 is de techniek rond spam besproken. Aan de orde komt onder meer hoe grote aantallen email-adressen verkregen kunnen worden, hoe eenzelfde bericht aan veel geadresseerden tegelijk kan worden verzonden en op welke wijze de verzender zijn identiteit kan verhullen. In de hoofdstukken 4-6 is achtereenvolgens ingegaan op technische maatregelen, wettelijke maatregelen en rechtspraak. Hoofdstuk 7 behandelt de wetgeving en rechtspraak in de VS. In hoofdstuk 8 is op zelfregulering ingegaan. In hoofdstuk 9 volgt een nadere beschouwing inzake het begrip spam, waarbij ondermeer een ‘ultieme’ definitie van spam wordt gegeven en ingegaan wordt op de praktische haalbaarheid van de binnen de EU voorgestelde opt-in. Tenslotte zijn in hoofdstuk 10 de belangrijkste bevindingen te vinden en hoofdstuk 11 bevatten aanbevelingen. In de bijlagen zijn de belangrijkste bepalingen uit nationale en Europese regelgeving opgenomen en het script van de Monty Python sketch waar spam haar naam aan ontleend. Tevens is een praktijkonderzoek opgenomen waarin de aard en de toepasselijkheid van regelgeving op spam wordt besproken. Waar relevant zal naar dit praktijkonderzoek verwezen worden.
Spam is iedere elektronische communicatie waar door de ontvanger noch
in specifieke noch in algemene zin is verzocht. Niet als zodanig wordt
beschouwd elektronische communicatie in de ontvangst waarvan de ontvanger
zou hebben toegestemd indien hij de inhoud kende of waarvan de verzender
redelijkerwijs mocht aannemen dat daarmee een belang van de ontvanger wordt
gediend.
Aanpassen Internetprotocol
Voor een zinvolle handhaving is het noodzakelijk dat iedere gebruiker
van internet in theorie te achterhalen is. Veel spammers opereren bij de
gratie van niet-traceerbaarheid. Het verouderde email-protocol laat namelijk
toe dat valse adressen worden gebruikt, alsmede dat grote aantallen adressen
worden geverifieerd. Beide mogelijkheden moeten door aanpassing van het
protocol worden tegengegaan. RFC-2505 of een vergelijkbare RFC zou hierin
kunnen voorzien.
De informatie betreffende de identiteit zal in de eerste plaats door
ISP’s moeten worden beheerd. Iedereen die email verstuurd doet dit immers
via een ISP. Het verhullen van de identiteit door gebruikmaking van blind
open email relays en dergelijke, zal in combinatie met het hieronder genoemde
watermerk niet meer tot anonimiteit leiden. Voor het geval de verzender
zelf ISP is, zal de ICANN of een nationale organisatie als de SIDN informatie
betreffende de identiteit moeten beheren.
Deze informatie betreffende de identiteit mag overigens alleen worden
verstrekt indien nodig om een spammer in rechte te betrekken of vanwege
andere in wetgeving genoemde redenen.
Duidelijk zal aan de ontvangers moeten worden gemaakt dat zolang er geld verdient wordt het voor spammers lucratief blijft door te gaan met spammen. Mogelijk wekt dit verbazing, maar er wordt nog steeds in voldoende mate op spam-berichten ingegaan. Gezien de commerciële aard van de meeste verzonden berichten, is te verwachten dat de stroom spam in korte tijd tot aanvaardbare proporties wordt teruggebracht mocht vanaf vandaag niemand meer reageren.
Een interessant bijeffect van een dergelijk initiatief zou kunnen zijn dat de opt-out registers zoveel adressen te verwerken krijgen dat ze niet meer goed kunnen functioneren. Dit zou een beweegreden kunnen zijn om hetzij via zelfregulering hetzij via regulering tot opt-in over te gaan.